Dit weekend krijgen we een dooiaanval, en da’s mooi. Sterker nog, dat is hoognodig, al was het alleen maar om ervoor te zorgen dat er een einde komt aan dat ieder jaar terugkerende vreselijke gewauwel over de kansen op een Elfstedentocht. Ieder journaal, ieder weerbericht, ieder actualiteitenprogramma, iedere krant, landelijk of lokaal, vond het nodig telkens weer aandacht te besteden aan mensen met mutsen op ijzers. ‘Ja, die Elfstedenkoorts hè!?’, ‘Dat geluid van de ijzers op het gladde ijs, zo mooi!’, ‘Ik wel, ik ga schaatsen. Ik heb er 300 kilometer voor gereden!’. Da’s mooi, voor die mensen, maar wat een Hollandse doordraverij. Het lijkt wel alsof iedere Nederlander die men interviewde familie is van Mart Smeets. Ik betrapte me erop dat ik keer op keer aan het uitkijken was naar meldingen van mensen die met hun scherpe ijzers door het ijs waren gezakt, of het ijs niet konden bereiken omdat ze met hun autootje naast de weg waren beland. Zo mooi!
Echt waar, ieder zijn hobby, maar laat die dooiaanval alsjeblieft hevig doorzetten, tot minimaal twintig graden boven nul. Zodat we snel door kunnen naar de lente en de zomer, zodat ieder journaal, ieder weerbericht, ieder actualiteitenprogramme, iedere krant, landelijk of lokaal, weer beelden kan gaan uitzenden van mensen die afkoeling zoeken vanwege aanhoudende hitte en geínterviewde Nederlanders alleen nog maar puffend en zwetend kunnen reageren op vragen vanuit de media. ‘Pfff, oh wat is het toch vreselijk warm, we zitten al de hele dag aan het strand. Vreselijk!’.