Branding en fanwear

Misschien overdrijf ik en moet ik er niet zo zwaar aan tillen, maar ik doe het toch: branding en fanwear. Opzichtige merknamen die te pas en te pas overal in en op terugkomen, ik vind ze vreselijk. Merknamen op t-shirts, broeken, jassen in de vorm van niet verwijderbare stiksels of verfsels, om nog maar niet te spreken over shirt-reclame en dergelijke. Of onder, in en bovenop electrische apparaten. Maar ook in software en bij diensten, je ontkomt er gewoonweg niet aan. En niet één keer, maar constant word je eraan herinnerd dat je met dit of dat merk te maken hebt, om soms stekeblind van te willen worden.

Ik begrijp dat dit allemaal te maken heeft met commerciële belangen. Door maar zo veel en zo hard mogelijk te roepen gezien worden in de jungle van merken en producten, om meer te kunnen verkopen, te kunnen groeien en concurrentie de loef af te kunnen steken. Met inhoud of kwaliteit heeft dit niks te maken. Als consument kun je je laten verleiden om toch maar eens dit of dat product aan te schaffen, want ‘je ziet het overal’. Voor mij als consument die branding lelijk vindt is het erg lastig om eraan te ontkomen, maar anderen vinden het blijkbaar juist leuk en gaan op zoek naar een t-shirt met een zo groot mogelijk embleem op de voorkant van Diesel, Nike of een van de vele andere merken. Dat is in mijn ogen lelijk en raar, maar waarom iemand zou willen rondlopen in kleding en schoeisel van Lidl begrijp ik echt niet. Straks lopen er ook mensen rond met de spreuk ‘Je moet de groeten hebben van HAK’ of voor op het strand: ‘Calvé pindakaas, dat smeert zo lekker’.

Fanwear van Lidl