Westerns

Van alle filmgenres heb ik misschien nog wel het meest een zwak voor sciencefiction en westerns. Westernfilms met name die gemaakt zijn in de vijftig en zestiger jaren. Eigenlijk zou ik niet van westerns mogen houden, want westerns zijn welbeschouwd – op enkele uitzonderingen na – bijna allemaal heel erg fout.

Behalve dat ik tijdens carnaval altijd verkleed ging als cowboy heb ik altijd gehouden van de uitgestrekte en vaak lege landschappen in westernfilms. De stoffige grond en de rotsen, de houten huizen met hun veranda’s, de eenvoudige mensen. De cowboy was een echte minimalist. Een paard, een zadel, een pistool en geweer, een deken, een waterbuidel en wat gedroogd eten en de kleren die hij droeg, meer bezat hij niet. Misschien bezat hij na een baantje nog een paar dollars voor een glas whiskey, een maaltijd en een scheerbeurt. De cowboy was een nomad in een Nomadland.

De verhalen zijn meestal heerlijk eenvoudig en hebben nooit een lange introductie nodig. Maar ze hebben ook een heel bedenkelijke kant, zeker in de huidige tijd waarin men zich meer en meer bewust wordt van hoe er nu en in het verleden omgegaan werd met andersdenkenden en mensen met een andere huidskleur of komaf. In westerns worden indianen (en vaak ook Mexicanen) met algemene instemming neergeknald (‘the only good indian is a dead indian‘). Er wordt eerst geschoten dan pas gepraat, vreemdelingen worden altijd verwelkomd met achterdocht en geweer, verdachten worden bij voorkeur meteen opgehangen, en vrouwen zijn er voor het huishouden, om te koken of om lol mee te hebben op een kamertje boven de saloon. Bij voorkeur na een maand niet gedoucht te hebben en 10 glazen whiskey.

Het zou me niks verbazen als deze films op een gegeven moment zelfs verboden worden. Behalve als blanken andere blanken neerschieten, dat mag wel want gebeurd nu ook nog iedere dag.

Filmposter western El Dorado met John Wayne en Robert Mitchum
James Stewart met geweer als cowboy in western