Beeldverhoudingen in films

Het meest gebruikte beeldformaat voor bioscoopfilms is momenteel 16:9 of breder (2.35:1 tot 2.66:1). Hierdoor is er in de breedte erg veel te zien, misschien wel té veel. Het menselijk gezichtsveld met twee ogen heeft dan wel een verhouding van ongeveer 1.75:1, dat is niet het deel waar hij zich op kan focussen en dus het deel dat hij kan volgen en bevatten. Dat is kleiner en ligt recht vooruit en niet ergens links of rechts in beeld. Net als bij de ooghoeken van een mens zul je toch je hoofd moeten draaien of je ogen naar links of rechts moeten bewegen om echt te kunnen zien wat daar gebeurt.

Scène uit de film Youth
Scène uit de film Youth

Vroegere films werden meestal opgenomen in een verhouding van 4:3, net als het beeld van onze oude tv’s uit de jaren zestig tot en met tachtig. In 1992 bracht Philips de eerste breedbeeldtelevisie op de markt die een verhouding had van 16:9. Vanaf dat moment werd het alleen maar breder. Maar breder wil niet zeggen dat je meer ziet. Voor een genre als westerns heeft het over het algemeen meerwaarde omdat je meer gevoel krijgt van de weidsheid van een landschap, zonder dat je daarvoor elke boom of bosje hoeft te zien. Bij andere films kan het teveel aan beeldinformatie de filmbeleving juist in de weg staan.

Juist door het nauwer begrenzen van de beeldruimte kan een film een extra dimensie krijgen. Die extra dimensie zit in de kijker zelf en niet op het doek. Yasujiro Ozu filmde voornamelijk in de verhouding 4:3, al was dat misschien geen bewuste keuze van de regisseur. Zijn films hebben daardoor een bepaalde intimiteit die volgens mij te maken heeft met het beschouwelijke karakter. Dat klinkt tegenstrijdig, maar beschouwing vindt plaats van binnen, terwijl veel moderne films zo’n overdaad aan beelden en details bevatten dat dit contact in de weg staat.

Het lijkt alsof de overstap van 4:3 naar breedbeeld een keuze is geweest van de filmindustrie nadat het bioscoopbezoek sterk terugliep na de opkomst van de televisie.

Movies shot in widescreen feel more cinematic. The aspect ratio has the power to immediately make scenes feel more epic and intense. But why? According to one theory, we were taught to feel this way. (bron: Videomaker.com).

Vanaf 1952 kwam men met Cinerama op de proppen die bezoekers een beleving garandeerden die ze thuis achter de tv niet konden krijgen. Dezelfde methode lijkt vandaag de dag nog steeds te werken, want in de wereld van de commercie en het vergaren van zoveel mogelijk kijkers/bezoekers/kopers draait het allemaal om dat ene woordje: beleving.

Scène uit de film Spartacus
Scène uit de film Spartacus